Waarom tieners zulke dramaqueens kunnen zijn

26 mei, 2015

Misschien herinner je je nog het dynamische en vooral dramatische sociale leven wat je als tiener had. Waarom zien we dit vooral bij tieners? Zou alle drama ergens goed voor kunnen zijn?

Waarschijnlijk ben je wel bekend met Amerikaanse tienerfilms die het dramatische sociale leven op de middelbare school schetsen. Denk bijvoorbeeld aan de film Mean Girls. In deze film wordt verteld hoe de 15-jarige Cady die altijd thuis les heeft gehad voor het eerst wordt geconfronteerd met de sociale regels op de middelbare school. Ze wordt geaccepteerd in het populairste meidengroepje van de school, maar wanneer één van de meiden geen zuurstok van de informele leidster van de groep krijgt met kerstmis, ontstaat er een nieuwe dynamiek binnen de groep. Het meisje voelt zich buitengesloten en probeert met alle macht de aandacht van de leidster te krijgen. Dit veroorzaakt heel wat sociale verschuivingen binnen de groep.

Waarom tieners zulke dramaqueens kunnen zijn
Misschien herinner je je soortgelijke situaties van toen je zelf middenin de puberteit zat (of misschien net iets minder dramatisch). Het moet toch vermoeiend zijn voor tieners om op deze manier vriendschappen op te bouwen en te onderhouden. Waarom speelt er zich zoveel drama af tussen tieners? Zou het misschien kunnen dat er in dat gedrag nog iets goed verborgen zit?

Vrienden maken
De adolescentie is een kritische en gevoelige periode voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Eén van de belangrijkste activiteiten in de adolescentie is het maken van vrienden en het onderhouden van vriendschappen. Vriendschappen worden niet alleen belangrijker, maar ook veel complexer dan in de kinderjaren. Deze relaties zijn belangrijk voor het ontwikkelen van een identiteit en het verkrijgen van zelfvertrouwen en eigenwaarde. Vriendschappen helpen adolescenten ook met het verbeteren van sociale vaardigheden die nuttig zijn voor toekomstige hechte relaties.

Het sociale brein en de sociale ontwikkeling
In de adolescentie ondergaat het tienerbrein grote veranderingen die gerelateerd zijn aan de ontwikkeling van sociaal gedrag. De ontwikkelende hersengebieden die hierbij betrokken zijn worden samen het “sociale brein netwerk” genoemd. Dit netwerk is dus ook belangrijk voor interacties met vrienden, zoals de vaardigheid om perspectief van anderen aan te nemen en het begrijpen van intenties van anderen.

Er zijn aanwijzingen dat de sociale ontwikkeling in de adolescentie samen gaat met een wisselwerking tussen de sociale omgeving en de hersenontwikkeling. Zo komen bijvoorbeeld sociale-breingebieden die betrokken zijn bij perspectief nemen en regulatie van gedrag op volwassenniveau gedurende de adolescentie. Oudere adolescenten houden meer rekening met het perspectief van andere mensen tijdens sociale interacties, dan jonge adolescenten. Met andere woorden, adolescenten leren dus gedurende de tienerjaren het perspectief van anderen aan te nemen en denken hierdoor meer na over de gevolgen van hun gedrag voor andere mensen.

Tieners op weg om volwassen te worden
Het lijkt dus zo te zijn dat de wisselwerking tussen hersenontwikkeling en de sociale omgeving het mogelijk maakt voor tieners om te leren van de wereld en de daarbij horende sociale normen en om zich snel aan te passen aan verschillende sociale situaties. Alle drama die zich afspeelt tussen tieners lijkt dus gerechtvaardigd, omdat het tieners kan helpen om een identiteit te vormen en om te leren hoe ze zich moeten gedragen. Op weg om een volwassen persoon te worden, leren ze hoe ze zich goed kunnen voelen in verschillende soorten sociale interacties. Dus de volgende keer dat je een groep tienermeisjes hoort roddelen over hun ‘vriendinnen’ in de bus, onthoud dan dat het bij hun ontwikkeling hoort en dat ze er waarschijnlijk van zullen leren!

Over de auteur:
Lisa Schreuders werkt als promovendus op de Universiteit Leiden bij het Brain and Development Lab. Ze doet onderzoek naar de hersenontwikkeling in de adolescentie en sociale ontwikkeling. Ze kijkt onder andere naar de relatie tussen hersenactiviteit en sociale interacties met vrienden en andere leeftijdsgenoten.

Bronnen:

  • Blakemore, S. J. (2008). The social brain in adolescence. Nature Reviews Neuroscience, 9(4), 267-277.
  • van den Bos, W., van Dijk, E., Westenberg, M., Rombouts, S. A., & Crone, E. A. (2011). Changing brains, changing perspectives the neurocognitive development of reciprocity. Psychological Science, 22(1), 60-70.

Reacties zijn gesloten.