Ouderschap in ontwikkeling

02 juni, 2015

Ouders vinden het ouderschap vaak zwaar in het begin, blijkt uit de eerste resultaten van ons onderzoek naar ouderlijk welzijn. Het gezinsrapport van het SCP laat zien dat 50% van de ondervraagde vaders en 58% van de ondervraagde moeders het ouderschap moeilijker vinden dan gedacht. 16% van de moeders en 13% van de vaders geeft zelfs aan, dat zij vaak het gevoel hebben de opvoeding niet aan te kunnen. Ook uit internationaal onderzoek blijkt dat ouders het ouderschap wel eens als zwaar beleven en aangeven dat hun welzijn soms in geding is.

Gelukkig gaat het gezond en veilig laten opgroeien van de kinderen bij de meeste ouders uiteindelijk gewoon goed. Helaas zijn er ook incidenten zoals het meisje van Nulde, Savanna, en Daniëlla: nare excessen bij ouders die (blijkbaar) over onvoldoende handvatten beschikken om op een goede manier voor hun kind te zorgen. We zijn van mening dat dit soort incidenten niet altijd te voorkomen zijn, maar we willen als onderzoekers van het lectoraat Ouderschap en Ouderbegeleiding wel een steentje bijdragen aan de discussie hierover. Ook willen we professionals adviseren en hen aanknopingspunten bieden om nog beter oudergericht te kunnen werken. Daarnaast willen we in samenwerking met de praktijk interventies gaan verbeteren of ontwikkelen. Hoe pakken we dit aan?

Ouderschap in ontwikkeling
In de eerste plaats door als uitgangspunt te nemen dat ouderschap méér is dan alleen opvoeden. Als er geen aandacht is voor de ouder achter de opvoeder, slaan opvoedtips al snel de plank mis. Of in elk geval: ze bestrijden het symptoom (“lastige” kinderen) en vaak niet de oorzaak. De ouder is bijvoorbeeld depressief of gestrest, of misschien alleen maar ongeduldig of onrealistisch, of kan de verschillende rollen (partner, werknemer, opvoeder, etc.) niet goed combineren. In elk geval: de ouder kan zijn of haar rol als opvoeder onvoldoende waarmaken. De ouder dan de schuld geven van het slechte gedrag van het kind (parent blaming) of – zoals nanny Jo Frost ongegeneerd doet – de ouder flink op de kop geven (parent bashing) is wat ons betreft dan te gemakkelijk en kwalijk. Belangrijker is om te investeren in de ouder, in het versterken van de ouder zelf. Een goed ouderlijk welzijn komt namelijk het opvoedgedrag, en daarmee het welzijn van de kinderen, ten goede.

Ten tweede benadrukken wij dat ouderschap iets is, dat in ontwikkeling is. Onderzoeker Galinsky onderscheidt verschillende fases in het ouderschap, waarin steeds andere ´taken´ centraal staan. Zo zijn ouders in de voorstellingfase (zwangerschap) bezig met het ontwikkelen van ideeën over hoe het straks zal zijn als ouder, ouders in de verzorgingsfase (kind 0 tot ± 2 jaar) toetsen dit beeld aan de realiteit en stellen het waar nodig bij, terwijl ouders in de autoriteitsfase (leeftijd kind ± 2 – 4 jaar) grenzen moeten (leren) stellen. Ouders kunnen meer bewust gemaakt worden van deze specifieke taken, en handvatten aangereikt krijgen die passen bij de ouderschapsfase waarin zij zich bevinden. Ook is het belangrijk, stemmen wij in met Galinsky, dat ouders in staat moeten zijn (onrealistische) verwachtingen die zij hebben ten aanzien van het ouderschap aan te passen aan de werkelijkheid. Anders raken zij gefrustreerd en gedeprimeerd.

Ten derde gaan we er, volgens een model van de World Health Organisation, vanuit dat interventies die gericht zijn op het vergroten van gezondheid of welzijn, op drie niveaus kunnen worden ingestoken: kennis, attituden en vaardigheden. Kennis over het verloop van de ontwikkeling van een kind, verkleint bijvoorbeeld de kans op onhaalbare eisen en teleurstellingen (Is mijn dreumes nou nog niet zindelijk? Waarom kan mijn puber zo slecht plannen?). Bij attituden gaat het voornamelijk om verwachtingsmanagement: is de ouder bereid om zich flexibel op te stellen, wanneer ideeën over ouderschap en opvoeding niet overeenkomen met de werkelijkheid. De vaardigheden ten slotte, zijn algemene levensvaardigheden zoals communicatie, zelfbewustzijn en stressmanagement. In de omgang met kind of partner, maar bijvoorbeeld ook in het vinden van de juiste werk-privébalans kunnen dit soort algemene vaardigheden bij ouders soms behoorlijk op de proef worden gesteld. Interventies kunnen erop gericht zijn deze levensvaardigheden te versterken, zodat de ouder krachtiger wordt. Als mens, en als opvoeder.

Ten slotte zijn we, op basis van bovengenoemde uitgangspunten, een grootschalig, longitudinaal onderzoek gestart waarin onder andere factoren die het welzijn van ouders bevorderen of juist belemmeren centraal staan, en ook de wensen en behoeften van ouders ten aanzien van ondersteuning worden onderzocht. Op basis van de resultaten van dit lopende onderzoek kunnen interventies ontwikkeld worden, die nóg beter aansluiten bij ouders zelf. Investeren in ouders loont!

Over de auteurs:
Carolien Gravesteijn is lector Ouderschap en Ouderbegeleiding bij Hogeschool Leiden. Dit lectoraat wordt mede gefinancierd door Augeo. Meer informatie over het lectoraat en over de lectorale rede van Carolien, waarin zij onder andere pleit voor een grotere investering in het welzijn van ouders, vindt u hier.

Susan Ketner is als onderzoeker werkzaam bij bovengenoemd lectoraat, waar zij zich vooral bezighoudt met het grootschalige, longitudinale onderzoeksproject Leuker voor later (in samenwerking met Gemeente Leiden). In dit onderzoek staat het welzijn van ouders centraal en worden (aanstaande) ouders uiteindelijk 24 jaar gevolgd.

Bronnen:

  • Bucx, F. (2011). Gezinsrapport 2011; Een portret van het gezinsleven in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Galinksy, E. (1981). The six stages of parenthood. New York: The Perseus Books Group.
  • Gravesteijn, C. (2013). Eerst ouderschap, dan opvoederschap. Pedagogiek, 1, 49-55.
  • Nelson, S. K., Kushlev, K., & Lyubomirsky, S. (2014). The pains and pleasures of parenthood: When, why, and how is parenthood associated with more or less well-being? Psychological Bulletin, 140, 846-895.
  • Sameroff, A. (Red.) (2011). The transaction model of development. How children and contexts shape each other. Washington D.C.: American Psychological Association.
  • WHO. (2003). Skills for Health. Skills-based health education including life-skills: an important component of a Child-friendly / Healthpromoting School. WHO-information series on school Health. Document 9. Geneva: World Health Organisation.

Reacties zijn gesloten.